|
|
TSJECHISCHE PORTRETTEN (XXI)Comenius in NederlandIn 1592 werd de grote pedagoog, filosoof en theoloog Jan Amos Komenský, beter bekend onder zijn Latijnse naam Comenius, in Moravië geboren. Comenius, die zijn naam aan verschillende Nederlandse scholen gaf, woonde de laatste veertien jaar van zijn leven (hij overleed in 1670) in Amsterdam. Hier had hij na een bewogen leven onderdak gevonden dankzij de hulp van de Amsterdamse patriciër Laurens de Geer, wiens vader Louis de Geer al eerder een reis van Comenius naar Zweden mogelijk maakte. Comenius vond zijn laatste rustplaats in Naarden Waarschijnlijk heeft Laurens de Geer, die banden onderhield met de predikant van de Waalse kerk in de oude vestingstad, bewerkstelligd, dat Comenius in Naarden werd begraven. Leven en betekenis van ComeniusJan Amos Comenius werd op 28 maart 1592 in Nivnice bij Uherský Brod in Moravië geboren in een gezin, dat behoorde tot de kerkelijke gemeenschap van de Boheemse Broeders. Deze Boheemse Broeders waren voortgekomen uit de Tsjechische hervormingsbeweging van Jan Hus. Comenius leefde in een tijd waarin protestanten en katholieken onverzoenlijk tegenover elkaar stonden en Bohemen en de Nederlanden beide voor hun onafhankelijkheid tegen de Habsburgers streden. Dank zij de Broedergemeente kon Comenius de Latijnse school in Pøerov bezoeken en daarna de protestantse universiteiten van Herborn en Heidelberg. In zijn studententijd maakte hij o.m. een reis naar Amsterdam. Teruggekeerd in Moravië wachtte hem een benoeming als leraar aan de Latijnse school van Pøerov, waar hij zelf leerling was geweest. Maar al spoedig kreeg hij een nieuwe taak als predikant en rector van een school in Fulnek aan de Silezische grens.In 1620 moesten de Boheemse protestanten in de Slag op de Witte Berg het onderspit delven tegen de Habsburgse legers. Dit leidde tot zware vervolgingen van de Boheemse Broeders. Het huis van Comenius werd geplunderd en zijn bibliotheek in brand gestoken. Tragischer nog was het feit dat zijn vrouw en kinderen kort daarop aan de pest stierven. Comenius vluchtte naar Leszno (Lissa) in Polen, waar de Broeders hem tot directeur van een gymnasium benoemden. Als balling schreef Comenius zijn "Das Labyrinth der Welt und dat Paradies des Herzens" (1623), één van zijn geschriften, die in het Nederlands is vertaald en waarin hij de hoop uitsprak eens naar een onafhankelijk Bohemen te kunnen terugkeren. In Leszno kwam zijn befaamde werk over het taalonderricht "Janua linguarum reserata" (De poort der talen geopned) tot stand. De Zevenburgse hertog Rákóczi nodigde hem uit zich in Sárospatak te vestigen waar hij in 1654 het even bekende "Orbis sensualium pictus" (De zichtbare wereld in beelden) publiceerde. Dit op aanschouwelijk onderwijs gerichte, baanbrekende werk, werd in 24 talen vertaald. Het boek bevat plaatjes met een Latijnse tekst en een vertaling in de landstaal. Comenius was een Europese vermaardheid geworden.
Hij gaf onderwijsadviezen in Engeland, Zweden en Nederland. Als voorstander
van algemeen volksonderwijs wist hij belangrijke vernieuwingen te bewerkstelligen.
Zijn onderwijshervormingen zag hij als een deel van een universeel programma
van hervorming en vernieuwing van maatschappij, kerk en cultuur. In 1642 vestigde
hij zich in de Poolse stad Elblag (Elbing) aan de Oostzee en schreef hier zijn
"De rerum humanarum emendatione consultatio catholica" (Algemeen beraad
over de verbetering der menselijke aangelegenheden). Het werd een werk in zeven
banden, waarvan de "Pansophia" (de synthese tussen de Openbaring en
de uitkomsten van de wetenschappen) het belangrijkste deel vormde omdat het
een centraal thema in het denken van Comenius vertegenwoordigde. Het manuscript
werd eerst in 1935 in de bibliotheek van het weeshuis in Halle aan de Saale
ontdekt en pas in 1966 in Praag gepubliceerd. Dankzij de gastvrijheid van de invloedrijke familie
De Geer vond Comenius in 1656 een toevlucht in Amsterdam waar hij een drukkerij
oprichtte. In 1657/58 verscheen zijn volledige didactische werk "Opera
didactica omnia". Relaties van Comenius met NederlandReeds ten tijde van de Praagse reformator Jan Hus bestond er bij hervormingsgezinden in Nederland, zoals de groep rond de Moderne Devotie, belangstelling voor Boheemse bewegingen, die een vernieuwing ven de kerk nastreefden. Het ideeëngoed van Hus bleef bewaard in de Boheemse Broederschap, waarvan Comenius de laatste bisschop was. De nederlaag van de Boheemse protestanten tegen de Habsburgse legers bij de Witte Berg in de omgeving van Praag (1620) leidde tot de vlucht van de Boheemse "Winterkoning" Frederik V van de Palts naar Nederland, waar hij door zijn neef prins Maurits gastvrij werd ontvangen. De betrokkenheid van Nederlandse theologen bij de strijd van hun hussitische medechristenen bracht vele Bohemers ertoe in ons land een toevlucht te zoeken. In 1656 zou ook Comenius deze weg gaan. Hoewel de Nederlandse protestanten steun aan leden van de Boheemse
Broederschap als vanzelfsprekend beschouwden, deelden zij niet alle opvattingen
van Comenius. Zijn ideeën waren in hun ogen nogal onorthodox en bovendien leende
Comenius een willig oor aan allerlei geestdrijvers en chiliasten, die de ondergang
van het Habsburgse rijk, het pausdom en de terugkeer van de Boheemse ballingen
voorspelden. Toch had hij ook in Nederland grote bekendheid verworven en werden
zijn boeken in Nederland meerdere malen herdrukt. Voor Comenius' "pansofische" ideeën bestond veel minder belangstelling. Vele jaren werkte de Tsjechische denker aan zijn pansofisch geschrift "De rerum humanarum emendatione consultatio catholica" maar het kreeg weinig aandacht, terwijl Comenius juist de pansofie als zijn levenswerk beschouwde, waarvan didactiek en pedagogiek een afgeleide waren. Het herdenkingsjaar 1892 stimuleerde het onderzoek naar de figuur van de Tsjechische balling en de verspreiding van zijn ideeën en idealen. De Amsterdamse arts dr. R.A.B. Oosterhuis heeft hiertoe in de jaren twintig en dertig van onze eeuw een belangrijke bijdrage geleverd. Hij vertaalde vier boeken van Comenius en schreef verschillende studies over de Tsjechische pedagoog en filosoof. In 1892 verrees in Naarden een monument ter herdenking van de Tsjechische balling, in 1924 gevolgd door de stichting van een Comenius Museum. Het jaar 1929 was opnieuw een belangrijk jaar voor de bewonderaars van Comenius. Toen werd met steun van de Tsjechoslowaakse regering het Comeniusmausoleum geopend, waar Comenius werd herbegraven. Dit mausoleum werd door vele Tsjechen en Slowaken bezocht, o.m. door president Havel. Comenius MuseumHet Comenius Museum, voordien gevestigd in het Spaanse Huis in Naarden, is in 1992 verhuisd naar de nabijgelegen Weeshuiskazerne. Deze voormalige kazerne grenst aan het mausoleum waar Comenius begraven ligt.Het museum, gevestigd Kloosterstraat 33, Naarden, biedt een videoprogramma, een bibliotheek met een collectie van werken van en over Comenius en wisselende tentoonstellingen.
|