|
|
TSJECHISCHE PORTRETTEN (XLI)Václav Havel en zijn "Brieven aan Olga"Tot de grote politieke figuren die zich, in het 'labyrint der wereld' zoals Comenius zegt1), ondanks ideologische druk hun geestelijke zelfstandigheid wisten te behouden, behoort ongetwijfeld Václav Havel. Hij spreekt zich hiervoor uit in twee boeken: "Poging om in de waarheid te leven. Essay over Charta 77" '1980) en "Brieven aan Olga. Overdenkingen uit de gevangenis" (1986), welk laatste werk filosofisch dieper graaft en onder meer handelt over levenszin, dood en leven, verantwoordelijkheid en identiteit. Centraal staat ook hier de vraag hoe de mens zijn innerlijke vrijheid en integriteit kan bewaren onder en onvrij politiek systeem. In zijn "Poging om in vrijheid te leven" zegt Havel, dat elk mens waakzaam moet zijn: "Hij moet met volle inzet weerstand bieden tegen de irrationele werking die uitgaat van de anonieme, onpersoonlijke en onmenselijke macht van ideologieën, systemen, apparaten, bureaucratieën (de vervreemdende druk ervan), men moet meer dan in alle abstracte speculaties geloven in de stem van het geweten". Havel voelt zich verwant met filosofen als Kierkegaard en Kafka, die eveneens de nadruk leggen op de menselijke verantwoordelijkheid. De "Brieven aan Olga" (zij is helaas enige tijd geleden overleden) zijn een indrukwekkende demonstratie van de geestelijke onafhankelijkheid van een niet door haat maar door humaniteit en tolerantie bezielde gevangene. Binnen zijn fysieke en geestelijke beperkingen weet Havel de ruimte te scheppen, die een maximale bezinning op de existeniteële grenssituatie mogelijk maakt. In brief 62 stelt hij: "Centraal in mijn beschouwingen over de verschillende menselijke aangelegenheden staat steeds het probleem van de menselijke identiteit, de aantasting van de eenheid, die de mens op zichzelf vormt, het verlies van alles wat het menselijk bestaan een zinvolle ordening, continuiteit een eenduidige contour geeft". Hij introduceerde het begrip "absolute horizon", waardoor wij onze relativiteit als relativiteit ervaren en onze verantwoordelijkheid op ons nemen: "Zoals er geen materie zonder ruimte en geen ruimte zonder een horizon van onvergankelijkheid ten opzichte waarvan zij zich ontvouwt en waar zij zich voortdurend - al dan niet bewust - op richt". Elders licht Havel dit religieuze besef nog nader toe, nl. in brief 76: "Naast dit allesomvattende wonder van het zijn, is er het wonder van de menselijke geest, van het menselijk bestaan ... als bestandeel van het wonder van het algemeen zijn .... En zo klinkt in de oneindige stilte van de alom aanwezige zijnsorde de stem door van die andere orde, de orde van de menselijke vrijheid, het menselijke leven en de menselijke geest: de fijn gerstructureerde wereld van het zinvolle en hoopvolle menselijk leven, die nieuwe perspeciteven van vrijheid opent en de mens verheft tot een dieper ervaren van het zijn: de talrijke, opmerkelijke, geestelijke (mystieke, religieuze, wetenschappelijke) en morele systeem; de speciale kunstzinnige wijze waarop de menselijke zijnsorde onder invloed van de mythologie (vroeger) en van de artistieke werken (vandaag) neiuwe vormen aanneemt en tegelijkertijd een nieuwe betekenis krijgt. Kortom, datgene waardoor de mens tot mens wordt ....". Evenals Berdgajev, "de filosoof van de vrijheid" 2), concnludeert Havel: "Scheppen hangt samen met vrijheid? (brief 56). Zoals de Russische filosoof verdedigt de Tsjech een vorm van antimaterialistisch personalisme, waar hij zegt: : "De persoonlijkheid van de ander, respectievelijk de menselijke existentie reikt dus wel verder dan de fysieke existentie van zijn 'drager' en is daarmee niet identiek (ook al ligt daarin natuurlijk wel haar oorsprong of zwaartepunt); wij ervaren de menselijke existentie als sterk aanwezig, ook wanneer wij helemaal niet met de 'drager' ervan in contact zijn ..... Onze verhouding tot hem is op geen enkele wijze direct afhankelijk van zijn fysieke aanwezigheid, jak wij kunnen zijn persoonlijkheid zelfs zeer intensief ervaren en beleven als wij hem persoonlijk helemaal niet kennen, zelfs als wij hem nooit hebben ontmoet .... ". Misschien heeft Havel hier gedacht aan de grote figuur van Masaryk 3), die hij ook later als president als voorbeeld heeft genomen. In de schaduw van de gevangenismuren werd Havel teruggeworpen op de essentie van zijn bestaan en van de vrijheid, die hij enkele jaren moest ontberen. Hij werd driemaal gearresteerd. Hierbij lichtte bij hem ook het besef op, dat het leven niet zinloos is geweest, of zoals hij in één van zijn brieven zegt: "Zoals het zijn een geheime orde heeft en deze orde ergens toe leidt, ons iets laat zien en dus zin heeft, zo is het gevoel dat ook ons leven ergens toe leidt en iets betekent, voldoende. Het gevoel dat ons bestaan - vanuit kosmisch oogpunt - niet over het hoofd wordt gezien of vergeten, dat ervan wordt 'geweten', dat het ergens naar waarde wordt geschat en dat er ergens zin aan wordt verleendt. Wat is hoop of geloof anders dan een 'zich melden' bij de absolute horizon, als de enige echte achtergrond die ons garantie biedt dat niet alles definitief verdwijnt en dat dus uiteindelijk niets overbodig is?" (brief 94). Elders heeft Havel het probleem van de zin van ons bestaan opnieuw aan de orde gesteld. In een bijdrage in NRC Handelsblad (30 sept. 1997) betoogt hij, dat wij individuën het recht hebben om over onze eigen toekomst te beslissen. Tsjernobyl en Jalta houden een duidelijke waarschuwing in, dat ook aan de macht van de zgn. grote mogendheden grenzen zijn gesteld. Václav Havel besluit zijn betoog dan als volgt:
1) Vgl. "Het labyrinth der wereld en het paradijs der harten", Ned. vertaling 1926. 2) Vgl. o.m. zijn "Slavernij en vrijheid" (Amsterdam, 1947) 3) Over Masaryk vgl. mijn "Oost-Europa in de spiegel. Literaire en cultuurhistorische verkenningen". Kamen 1991
|