|
|
TSJECHISCHE PORTRETTEN (XLIV)De familie LobkowiczIn november 1989 kregen adellijke families uit Tsjechië de gelegenheid hun voorvaderlijke erfgoederen weer in bezit te nemen. Onder het communistische regime werden paleizen en kastelen over het algemeen sterk verwaarloosd. Hiertoe behoorden ook de bezittingen van Jiří en Bettina Lobkowicz, die hun bezittingen in Mělník en Hořín terugkregen. Historisch behoren de Lobkowiczen tot de outdste en hoogste Tsjechische adel
waarvan de geschiedenis teruggaat tot de veertiende eeus. Het kasteel van Mělník,
dat in 1991 aan de familie werd teruggegeven, dateert uit de zestiende eeuw.
Twee takken van de aristocratische familie bestaan al sinds het midden van de
achttiende eeuw. De familie bezat in Praag nog een tweede Lobkowicz-paleis, dat maakt deel uit
het Burcht-comlex (Hradčany) en is een dependance van het Nationaal Museum. Kasteel Mělník, eveneens eigendom van de Lobkowiczen, ligt ten noorden van Praag, aan de monding van de Vltava (Moldau) en de Labe (Elbe). In 1542 werd de laat-gothische burcht veranderd in een renaissance-kasteel. Vanaf het slot heeft men een subliem uitzicht op Elbe, Moldau en de omringende wijnbergen.
|