|
Lid van:
|

TSJECHISCHE PORTRETTEN (XLVIII)
Edvard Beneš (1884-1948)
Reeds eerder heb ik aandacht geschonken aan de "president-bevrijder"
van de Tsjechoslowaakse republiek Tomáš Garriggue Masaryk (TGM). In zijn strijd
voor een onafhankelijke bohemen (Tsjechië) vond Masaryk in Edvard Beneš een
betrouwbare en kundige medewerker. Beneš was evenals Masaryk van zeer eenvoudige
afkomst. Hij slaagde erin toegang te krijgen tot de universiteit van Praag,
waar hij de invloed van de toenmalige hoogleraar Masaryk onderging. Op advies
van Masaryk voltooide hij zijn rechtenstudie in Parijs en Dijon waar hij in
1908 promoveerde.
Reeds als student besloot Beneš zich te wijden aan de strijd voor een onafhankelijk
Tsjechoslowakije. Men kan het betreuren of niet dat de Oostenrijks-Hongaarse
Dubbelmonarchie zich niet ontwikkeld heeft tot een federatie van gelijkberechigde
nationaliteiten (deze had een "Derde Macht" tussen de Sovjetunie en
Nazi-Duitsland kunnen zijn). Beneš was tot de conclusie gekomen, dat Tsjechen
en Slowaken slechts toekomstmogelijkheden hadden in een zelfstandige staat.
Die zette hij uiteen in een propagandageschrift "Détruisez l'Autriche-Hongrie".
Door zijn activiteiten in de Tsjechoslowaakse Nationale Raad in Parijs tijdens
de Eerste Wereldoorlog droeg hij er in grote mate toe bij, dat de geallieerden
ervan afzagen de Donaumonarchie te laten voortbestaan en nu een onafhankelijke
Tsjechoslowakije erkenden. TGM zei later tegen de bekende schrijver Karel Čapek,
dat er zonder Beneš geen Tsjechoslowakije geweest zou zijn. Aristide Briand
noemde hem "de kleine man, die alles weet".
Van 1920 tot 1935 trad Beneš op als minister van buitenlandse zaken van de jonge
republiek. In 1935 werd hij president. Zowel Masaryk als Beneš waren ervan overtuigd,
dat een vrij Tsjechoslowakije zich slechts kon handhaven binnen een federalistisch
geordend Europa, waarin de nodige garanties voor het voortbestaan van de kleine
naties bestonden. Met reden gaf L. Eisenmann zijn Beneš-biografie dan ook tot
titel "Un grand européen Edouard Beneš" (in het Nederlands gaf W.
Valk een boeiend levensbeeld in zijn "Dr. Eduard Beneš. Tijdgenoot der
toekomst" 1498).
Beneš was ook een voorstander van regionale verdragen, getuige zijn initiatief
tot de vorming van de "Kleine Entente" in 1921, een alliantie tussen
Tsjechislowakije, Roemenië en Joegoslavië, een defensief pact tegen revanchistische
neigingen van de vrliezers van de Eerste Wereldoorlog Hongarije en Bulgarije.
In 1935 volgde Beneš Masaryk op als president. Zoals bekend, maakte het verdrag
van München (1938) een einde aan de onafhankelijkheid van Tsjechoscholwakije,
de enige democratische republiek in Midden-Europa. Do jonge staat werrd het
slachtoffer van een "appeasement"-politiek, die de Tsjechen en Slowaken
heeft doen vervreemden van het Westen.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog verbleef Beneš in Londen, waar hij de leiding
op zich nam van een Tsjechoslowaakse regering in ballingschap. (Over deze periode
zijn zijn "Herinneringen, van München tot de neiuwe oorlog en de neiuwe
ovrwinning" in 1950 bij de Arbeiderspers verschenen. De vertaling was van
Richard Jokel, toend onder meer VARA-radiocorrespondent in Londen.) In 1943
sloot hij in Moskou een politiek niet-inmengingsverdrag met de Sovjetunie. Na
de oorlog teruggekeerd in zijn vaderland wachtten Beneš hier nieuwe teleurstellingen.
Stalin dwong de Tsjechen in 1947 de Marschall-hulp te weigeren. Op 25 februari
1948 maakte een communistische putsch een einde aan de vrije republiek Tsjechoslowakije.
In die bittere dagen kwam bovendien Jan Masaryk, zoon van de president-bevrijder
en minister van buitenlandse zaken door zelfmoord om het leven. (Pas na 1989
werd de twijfel of er sprake was van moord dan wel zelfmoord weggenomen.) Beneš
wist, dat ieder verzet tegen de communisten, die op steun van het Rode Leger
konden rekenen, uitzichtloos was. Bij het 600-jarig bestaan van de Praagse Karels-Universiteit
hield hij een korte rede, waarin hij zijn geloof in de democratie met de volgende
woorden tot uitdrukking bracht: "Vrijheid, gebaseerd op eerbied van de
mens voor de mens, en wederzijdse verdraagzaamheid zal indien het God behaagt,
eens weer een Karels-Universiteit leiden en daarmee ons alleen naar welvaart
en een gelukkige toekomst brengen". Nog in hetzelfde jaar, op 3 september
1948, overleed Edvard Beneš, één van de grondleggers van de Tsjechoslowaakse
republiek, een overtuigd democraat.
 www.tsjechisch.nl - Copyright ZBB Vertaalbureau - e-mail: zbb@tsjechisch.nl
|
|